Op 23 mei gaan we richting de Vestingdriehoek. De Vestingdriehok is misschien klein op de kaart, maar is een wereld op zichzelf. Een dag waarin we steeds opnieuw de rivier De Waal oversteken, van vesting naar vesting, van dorp naar kasteel, van water naar weide. Rivierhoppen dus tussen Gorinchem – Woudrichem – Slot Loevestein – Munnikenland. Fort Vuren slaan we over.
We zijn gestart in Gorinchem, waar de stad nog altijd de vorm van een vesting draagt. Vanaf de kade namen we het pondje naar Woudrichem. Het water lag spiegelglad, de overtocht kort maar sfeervol. In de verte zien we De Merwede brug.......De Merwede brug verschaf mij al jaren toegang tot mijn werkgevers in Brabant. Hoe vaak zal ik deze brug al gepasseerd zijn? Hard rijdend voorbij deze Vestingdriehoek en niet realiserende wat voor prachtige omgeving dit is.
De Merwede brug
De overtocht naar Woudrichem is kort, maar wel één met betekenis: precies hier, tussen de twee vestingstadjes, ligt een landinwaartse delta. De brede stroom langs Gorinchem heet de Boven‑Merwede, maar is in feite gewoon de Waal die zijn weg vervolgt. Bij Woudrichem komt daar de Maas bij, via de Afgedamde Maas. Op dit punt mengen de rivieren zich en begint het water zich opnieuw te vertakken. Het is de tweede deltavorming, nadat wij bij Spijk de eerste deltavorming gezien hebben. Deze tweede deltavroming is midden in het land: een kruispunt van stromen dat zich verderop splitst in Merwedes, Maasarmen en uiteindelijk de rivieren die Rotterdam en het Hollands Diep voeden. We steken dus niet zomaar een rivier over —we steken een rivierdelta in het binnenland over, een plek waar water zijn eigen wegen kiest.
Woudrichem zelf is een klein, prachtig bewaard vestingstadje dat al eeuwenlang uitkijkt over dit deltaland. Zodra wij door de Waterpoort stappen, komen wij in een wereld van smalle straatjes, oude bakstenen gevels en houten luiken. In de muren van huizen zitten kleine kunstwerken verstopt. Reliëfs, mini‑beelden, ornamenten — soms modern, soms klassiek, soms bijna sprookjesachtig. De sfeer is kalm, bijna verstild. Woudrichem is geen plek waar je haast hebt. Wij slenteren door Woudrichem, en altijd, ergens achter de huizen, voel je de aanwezigheid van de rivieren.
Via de haven lopen wij naar het voet‑ en fietsveer dat ons vanuit Woudrichem over de afgedamde Maas naar de overkant vaart. We zien Slot Loevestein langzaam groter worden. We wandelen door een veld omringd met prachtige bomen.
Slot Loevestein ligt op een landtong tussen twee rivieren — de Maas en de Waal/Boven‑Merwede — precies op het punt waar het water zich splitst en mengt. Het kasteel staat letterlijk in een rivierdelta, een strategische plek die eeuwenlang de sleutel was tot het beheersen van de stroom. Loevestein is geen sierlijk paleis, maar een stoer, robuust kasteel. Hoge muren, een brede gracht, wallen die als beschermende armen om het complex liggen. Het is gebouwd om te verdedigen, om te controleren, om te overleven.
Slot Loevestein heeft door de eeuwen heen steeds een andere rol gespeeld. Het was een Middeleeuwse vesting, gebouwd rond 1350 door ridder Dirc Loef van Horne, die het kasteel gebruikte om tol te heffen op de drukke rivierhandel. De rivieren waren toen de snelwegen van Nederland. In de Tachtigjarige Oorlog was Loevestein een militair bolwerk en maakte het onderdeel uit van de Hollandse Waterlinie. Dit was een verdedigingslinie die het land kon laten onderlopen om vijanden tegen te houden. Het kasteel was een sleutelpositie in dit systeem. Ook was Slot Loevestein een Staatsgevangenis. De bekendste periode: Loevestein werd een gevangenis voor politieke tegenstanders. Hier zat Hugo de Groot opgesloten en ontsnapt via een boekenkist. Tegenwoordig is Slot Sloevestein een Rustpunt in de natuur. Het kasteel ligt midden in het open landschap van Munnikenland, omringd door water, graslanden en stilte.
Wat Loevestein bijzonder maakt, is het dorp binnen de kasteelmuren. Prachtige woningen zijn te zien.
Na Slot Loevestein lopen we Munnikenland in, een natuurgebied dat meteen anders aanvoelt dan de vestingen en het kasteel. Het is ruig, open, stil — een landschap waar de rivier nog steeds de baas is. Hier geen strak aangelegde paden, maar brede grasvlaktes, kronkelende kreken en dijken die als groene lijnen door het gebied snijden. Het gebied is een soort overgangszone tussen water en land. Je ziet hoe de rivier hier mag spelen: bij hoogwater stroomt het gebied deels onder, bij laagwater blijft een mozaïek van slik, zand en gras achter. Dat maakt Munnikenland levend, veranderlijk. Onderweg kwamen we grote grazers tegen — robuuste runderen die loom in de zon stonden, alsof ze het landschap bewaken. Vogels cirkelden boven de plassen, en in de verte lag Loevestein nog steeds zichtbaar, als een stille wachter aan de rand van het gebied. De wind heeft vrij spel, het uitzicht reikt ver, en de stilte is breed en diep. Het is zo’n plek waar je vanzelf langzamer gaat lopen, omdat het landschap je dwingt om te kijken. Langs kreken en over dijken liepen we verder, tot de rivier weer in beeld kwam — tijd om opnieuw over te steken. De pont terug naar Gorinchem voelde als een laatste hoofdstuk van de dag: van natuur terug naar stad, van stilte naar levendigheid.
Aan het einde van de wandeling namen we opnieuw een pont, dit keer terug naar Gorinchem. Van natuur terug naar stad en van stilte naar levendigheid. Bij het wegvaren verdwijnt Slot Loevestein langzaam uit ons beeld. Na een paar minuten varen verschijnt Gorinchem aan de horizon. Eerst zie je alleen een rij bomen, dan de contouren van de vestingwallen. Langzaam komen de torens en daken tevoorschijn, alsof de stad zich uit het water optilt. De aanblik is bijzonder: Gorinchem ligt niet hoog, maar wel trots. De oude vestingstructuur is nog duidelijk zichtbaar — de bastions, de wallen, de vorm van de stad. Vanaf het water voelt het alsof je een historische haven binnenvaart.
Binnen de vesting voel je die geschiedenis nog steeds. De straten zijn smal, de gevels oud, de sfeer warm. Het is geen museumstad, maar een levende plek waar mensen gewoon hun dagelijkse leven leiden — tussen eeuwenoude muren. Gorinchem is compact, overzichtelijk, maar rijk aan details. Oude gevelstenen, sierlijke luiken, kleine steegjes die onverwacht uitkomen op een gracht of een hofje. Net als in Woudrichem is het hier heerlijk slenteren.
Vanaf de haven loop je zo de binnenstad in. We komt langs De Grote Markt, een plein dat altijd bruist. We zien de De Grote Kerk, met haar markante toren die overal bovenuit steekt. We wandelen door de Langendijk, een straat vol kleine winkels, cafés en terrassen. Ook lopen we over de vestingwallen, waar je prachtig kunt wandelen met zicht op de rivier. We sluiten af met een drankje op het terras.
Reactie plaatsen
Reacties