Op 3 juli 2026 bezoeken we het Museum Tweestromenland. Dit museum vertet het verhaal van het leven, wonen en werken in het Land van Maas en Waal.
De ligging van het Land van Maas en Waal tussen de twee grote rivieren heeft de geschiedenis van de streek bepaald. Het water was een vriend, maar ook een vijand. De rivieren zorgden voor vruchtbare grond op de oeverwallen, waren belangrijke infrastructuur en boden werkgelegenheid en recreatie. Maar de ligging tussen de twee rivieren leidde ook regelmatig tot desastreuze overstromingen, zoals in 1861 en 1926. De binnengebieden van het Land van Maas en Waal stonden soms de helft van het jaar onder water en waren ongeschikt voor landbouw. Dat leidde tot grote armoede in het gebied.
Dit jaar is het honderd jaar geleden dat het Land van Maas en Waal werd getroffen door een grote watersnood. In het museum wordt stilgestaan bij deze gebeurtenis. Op Oudjaarsdag 1925 brak de Maasbandijk tussen Overasselt en Nederasselt door. Dat leidde aan het begin van 1926, honderd jaar geleden, tot een grote watersnood in het Land van Maas en Waal. Duizenden mensen moesten evacueren en het dagelijks leven kwam stil te liggen. Hoewel er geen doden vielen, raakten veel Maas en Walers hun huis en bezittingen kwijt. Boeren en landarbeiders verloren hun inkomen door de overstroomde akkers, verwoeste boomgaarden en het verdronken vee.
De nationale overheid erkende de watersnood niet als ramp. Er waren immers geen dodelijke slachtoffers gevallen. De streek hoefde niet te rekenen op overheidssteun en was daardoor afhankelijk van landelijke steunacties. Met het opgebrachte geld werden herstelwerkzaamheden uitgevoerd en nieuwe ‘watersnoodhuizen’ gebouwd. Maar de opbrengst was te laag om tot een evenwichtige afwikkeling te komen. Dat leidde tot onderlinge spanningen in de streek. De meeste Maas en Walers bleven nog armer achter dan zij al waren. Het wantrouwen in de nationale overheid was groot.
Ook is er aandacht voor de bijna ramp in 1995. In de jaren negentig waren we in Nederland de mogelijkheden van watersnood bijna vergeten. Na 1926 hadden zich in het rivierengebied geen grote overstromingen meer voorgedaan, en de overstromingsramp in Zuid West-Nederland van 1953 leek ook al lang geleden. Het hoogwater van 1995 heeft Nederland weer wakker geschud. In januari 1995 stegen de toch al hoge waterstanden nog verder door aanhoudende zware regenval stroomopwaarts. In Duitsland overstroomde het centrum van Keulen. Bij Lobith steeg op 25 januari het peil van de Rijn binnen een dag met twee meter, bij Zaltbommel steeg de Waal een meter. Op 31 januari bereikte het water bij Lobith een recordhoogte van 16,63 meter boven NAP. In het hele rivierengebied stond het water bijna tot de kruin van de dijken. Beelden van dijken, ondergelopen uiterwaarden en mensen met zandzakken gingen de wereld rond. Op die dag werd besloten grote gebieden langs de Waal te evacueren. In de Ooijpolder en het Land van Maas en Waal ging het om ieder 15.000 inwoners. In de Betuwe om 140.000 mensen. Op 1 februari was het groot alarm: een dijk bij Ochten aan de Waal begon te schuiven. Honderden militairen werden ingezet om met zandzakken de dijk te verzwaren. Het dorp werd versneld ontruimd. Ondertussen steeg het water bij Lobith verder tot 16,68 meter boven NAP. Vanaf 2 februari begon het water te zakken. De grote angst was dat, nu de druk van het hoge water wegviel, de met water verzadigde dijken zouden inzakken. Gelukkig bleef dat uit. Vanaf 4 februari konden bewoners naar hun huizen terug.
De rivier brengt niet alleen water: Ook in het museum te zien, verzamelingen van aangespelde riviervonstend. Een enorme variatie van plastic, aardewerk, munten, gereedschap, onderdelen van boten, flessen, keukenspullen en ga nog maar even door. Sommige kunstenaars hebben de riviervondsten verwerkt in kunst.
Reactie plaatsen
Reacties